 |
| Beheerder |
 |
Geregistreerd: zo sep 01, 2002 8:13 am Berichten: 3474 Woonplaats: Den Haag, Nederland
|
Kieeeeeeek es, kinst tot... (2009)
Bron: Regiokrant De Marne - Winsum, 21 September 2009
Auteur: Dirk Molenaar
Appingedam 1965-1967
Het eerste wat ik er aan had gedaan was de uitlaat doorzagen en iets inkorten.
Dat scheelde al 4 km per uur.
Daarna op 10 maart 1966 – heel Nederland zat toen voor de televisie te kijken naar het wederzijdse ja-woord van Claus en Beatrix – heb ik een dertientands tandwiel (in plaats van een standaard tientands) gemonteerd. Door die rechtstreekse tv-uitzending wist ik tenminste zéker dat mijn ouders mij niet op heterdaad zouden betrappen. Die daad zorgde ervoor dat er acht kilometer bij kwam!
Driekwart jaar later was ik toe aan de volgende stap: de cilinderkop iets afvlakken en bij de cilinder de inlaatpoort naar beneden en de uitlaatpoort naar boven uitvijlen. Plus ’n dikke oetloat, zo’n dikke sigoar! O ja, nog een andere sproeier in de carburateur. Wéér vijf kilometer meer en hij trok sneller op!
Een paar maanden later: een heus rempedaal, in plaats van die stomme terugtraprem met die fietspedalen.
Nóg meer
[left]http://www.kreidler.nl/artikelen/kies-es/kreidler-brommer-voorjaar-1966.jpg[/left]Na een jaar, het kostte wel even wat en het was een hele stap, een andere cilinder (“4,2 pk”) en een zestienstreeps carburateur. Het zat er dik in dat hij de 75 kilometer wel zou halen …
Tja, het was nu eenmaal een grote belediging voor een Kreidler-brommer dat hij niet werd opgevoerd! In zijn vaderland Duitsland werden al zijn familieleden toch ook niet met technische manipulaties veroordeeld tot een tam en traag leven van 40 kilometer per uur!?
Nadat ik op die bewuste winderige zaterdagmiddag mijn brommer een flitsende toekomst had bezorgd met die nieuwe cilinder en carburateur, probeerde ik hem meteen uit. Tjonge, tjonge, wat trok ie nu op! En wat een heerlijk diep en stoer geluid! Meteen haalde ik mijn vriend op om gezamenlijk mijn bevrijde Kreidler eens ruim baan te geven. [right]http://www.kreidler.nl/artikelen/kies-es/kreidler-bij-grens-1966.jpg[/right]We reden naar Garrelsweer tegen een flinke wind in om op de terugweg juist ervóór te hebben. En dan zou mijn vriend de gasschuif eens zestien strepen omhoog trekken. Samen met de wind in twee jongensruggen zouden we misschien wel vijfentachtig halen! Reden we op de heenweg aan de brede weg langs het Damsterdiep, terug namen we de ‘landelijke’ weg aan de overkant. Mijn vriend trok de nu ongetemde Kreidler flink door in de eerste en tweede versnelling. Wat een sensatie, we zoéfden er over, samen met de wind!
Mis
Ter hoogte van landgoed Ekenstein naderde van de andere weghelft diep voorovergebogen op haar fiets een jonge vrouw. Door de harde wind was haar rok helemaal naar achteren gewaaid en wij zagen daardoor damescontreien die wij – tamelijk bleue Hervormde en Gereformeerde knapen – met deze context aan kleding nog niet eerder hadden aanschouwd. Mijn vriend, die evenals ik naast kerkorgels en opgevoerde brommers, tevens warme belangstelling had voor vrouwelijk schoon, vergat even dat hij niet op zijn eigen versnellingsloze fiets zat, maar op een opgezweepte Kreidler die inmiddels over de zeventig reed. Naar de dame kijkend – en bij het passeren ook nog helemaal omkijkend! – riep hij opeens keihard: “Kieeeeeeek es, kinst tot Jeruzalem aan tou kieken!” Opeens reden we niet meer op de weg, maar in de rechter berm. De brommer begon te slingeren en gleed scheef onderuit. Voor mijn gevoel ging dat een hele tijd zo door tot er een batterij melkbussen opdoemde. Instinctief stak ik mijn rechter been uit om me af te zetten tegen die naderende muur vol melk. Precies ervoor kwamen we tot stilstand en kropen wij onder de brommer uit die op zijn kant lag. Mijn vriend, behoorlijk streng Gereformeerd opgevoed, begon van schrik enkele woorden te roepen die hij vást nog nooit op catechisatie had gehoord. En ik, die anders in alle staten was als er ook maar één miniem krasje op mijn dierbare Kreidler kwam, kreeg geweldig de slappe lach. Telkens herhaalde ik: “Kieeek es, kinst tot Jeruzalem aan tou kieken, ééééééng, melkbussen, bam!” Ik zou net mijn brommer op zijn stander zetten, om te kijken of er eventuele schade was, toen vanuit het grasland over de sloot vanonder een koe er plotseling werd geroepen: “Hebben joe je ook zeer doan, jongens?” We schrokken ons lam en voelden ons opeens betrapt. Stom natuurlijk, als je met een brommer op z’n kant een eind door de berm glijdt en dan recht op een stel melkbussen afkomt, dan kun je er natuurlijk donder op zeggen dat er koeien in de buurt zijn met ergens een boer eronder …
Op zijn vraag: Hou hebben joe dat nou had jongens, moesten wij het antwoord schuldig blijven. Ik had op dat moment ook niet de gevatheid om te antwoorden dat mijn vriend tijdens het uitproberen van mijn brommer even niet goed oplette omdat hij mij iets over een ansichtkaart uit Jeruzalem wilde vertellen. “Hebben joe ook schoa aan joen ploffiets?” De achterremkabel bleek gebroken en dat zou mij dan twee gulden vijf en veertig kosten, want ik had er juist een maand eerder een nieuwe op gezet. De boer zocht zijn koeien weer op en wij reden napratend over het gebeurde kalm in de tweede versnelling naar huis.
“We hebben eigenlijk wel flink mazzel gehad, stel dat er een paaltje had gestaan.”
“Ja, en als we aan de overkant waren teruggereden, waren we met brommer en al misschien het Damsterdiep ingeplonsd!”
“Zou die vrouw wat gemerkt hebben?”
“Ach nee, tuurlijk niet!”
“Als ze dan omgekeken zou hebben, wat dan?”
“Nou, dan zou zij dáár misschien door de berm zijn geslipt. Stonden we quitte!”
“O ja, hahaha, en als wij dan overeind waren gekomen zouden we op haar zijn afgestapt met: Hebben joe je ook zeer doan, mevrauw?
“Valt wel tou jongens, hai, hai wat ’n wind! Hadden joe ’t over Jeruzalem? Maar eh, we kunnen vanavond niet op de brommer weg, want de winkels zijn al dicht voor een nieuwe remkabel.”
“Nee, dan blijven we maar thuis. Misschien is er wel een mooie film op de buis.”
“Eentje, over Jeruzalem of zo, hahahaha.”
“Ja, hou nou maar op!”
Dirk Molenaar
|
|
|