Van Veen steunt jong talent

Allerlei artikelen over Kreidler, vaak overgenomen uit oude tijdschriften.
Plaats reactie
Bericht
Auteur
Gebruikersavatar
Enzo-tvdzijden
Expert
Berichten: 55147
Lid geworden op: 27 nov 2002, 21:55
Locatie: Gem. Leidschendam/Voorburg
Gegeven waarderingen: 461 keren
Ontvangen waarderingen: 786 keren

Van Veen steunt jong talent

#1 Bericht door Enzo-tvdzijden » 31 okt 2021, 17:02

Bron: Jamathi club blad
Bijlagen
14BC8683-DA6B-436D-9423-9BEB956B7B7D.jpeg
14BC8683-DA6B-436D-9423-9BEB956B7B7D.jpeg (224.02 KiB) 270 keer bekeken
FF887F30-EECA-4EF0-A7B6-89800D7315A5.jpeg
FF887F30-EECA-4EF0-A7B6-89800D7315A5.jpeg (166.63 KiB) 270 keer bekeken
B2E381AF-1B83-4FF6-AC9D-384B01E72FAE.jpeg
B2E381AF-1B83-4FF6-AC9D-384B01E72FAE.jpeg (196.37 KiB) 270 keer bekeken
87F23509-9F25-4456-8319-662C83B93C92.jpeg
87F23509-9F25-4456-8319-662C83B93C92.jpeg (195.59 KiB) 270 keer bekeken
DC6B19D7-2F94-47CE-81D0-92409706EB1F.jpeg
DC6B19D7-2F94-47CE-81D0-92409706EB1F.jpeg (155.8 KiB) 270 keer bekeken
33694854-0CAD-415F-AA93-3D60A90F9616.jpeg
33694854-0CAD-415F-AA93-3D60A90F9616.jpeg (191.34 KiB) 270 keer bekeken
Deze gebruikers waarderen Enzo-tvdzijden voor dit bericht (totaal 2):
Maarten (31 okt 2021, 18:03) • Eifelyeti (01 nov 2021, 08:26)
Waardering: 18.18%

Gebruikersavatar
Maarten
Beheerder
Berichten: 9356
Lid geworden op: 01 sep 2002, 09:13
Locatie: Den Haag, Nederland
Gegeven waarderingen: 416 keren
Ontvangen waarderingen: 158 keren
Contacteer:

Re: Van Veen steunt jong talent

#2 Bericht door Maarten » 31 okt 2021, 18:01


Van Veen steunt jong talent (1979)

Foto: Hans Spaan, de coureur die met ingang van dit seizoen door Van Veen zal worden gecoacht, krijgt hier een duwtje van Marti van Gaaien onder het toeziend oog van tweevoudig wereldkampioen Jan de Vries, die zijn carrière op dezelfde manier begon.

Afbeelding

Kreidler-importeur Van Veen zal dit seizoen een veelbelovende jonge 50 cc-coureur gaan begeleiden en technisch steunen. De bedoeling is, dat deze rijder in het seizoen 1979 in de klasse 50 cc nationaal zal uitkomen met als doelstelling het behalen van een plaats bij de acht snelste rijders in deze klasse, wat voor 1980 recht geeft op een internationaal start-bewijs. In 1980 zal vervolgens worden deelgenomen aan de kampioensraces, aan de grote internationale wedstrijden in Nederland, en zo mogelijk aan de TT in Assen. „We streven ernaar dat onze beschermeling zich zodanig ontwikkelt, dat hij op den duur als Nederlandse coureur deel kan gaan uitmaken van ons fabrieksteam, waarin op dit ogenblik Eugenio Lazzarini de enige rijder is", aldus Van Veen-woordvoerder Peter Beszelsen. „Wij zijn van mening dat er enorm veel potentieel talent rondloopt. Maar het is god-geklaagd, hoe weinig er aan gedaan wordt. En daarin willen wij verandering brengen. De rijder van onze keuze zal dit jaar technisch gecoacht worden door Nico Polane, terwijl ex-wereldkampioen Jan de Vries vanuit de ontwikkelingsafdeling zonodig zal adviseren".

Eindselektie op Zolder

Van Veen-mensen hebben in de loop van 1978 ais het ware een talentenjacht gehouden, waaruit tenslotte een vijftal jongelui werden geselekteerd. Uit dit vijftal zou via een eindselektie op het circuit van Zolder één coureur worden gekozen, die door Van Veen zal worden gesteund. De proefritten op Zolder leverden echter niet één, maar twee kandidaten op. Op de eerste plaats is dat Hans Spaan, een twintigjarige motormonteur uit Castricum, die halverwege het afgelopen seizoen bij de NMB begon te racen en een derde, een tweede en twee eerste plaatsen behaalde, wat hem in de eindstand een elfde plaats opleverde. Dat Hans reeds eerder op een racer had gezeten, bleek op Zolder al in de eerste ronde toen hij een fikse voorsprong nam op Jan de Vries die met een Yamaha XS 500 de aspirant-coureurs volgde om hun vaardigheden te kunnen beoordelen. De tweede uitverkorene werd de veertienjarige Marti van Gaalen uit Den Haag die al vanaf zijn achtste jaar motorrijdt en bovendien al het sleutelwerk zelf verricht. Marti had nog nooit op een racemotor gezeten, maar ging dadelijk zo enthousiast op pad, dat Jan de Vries al in de eerste bocht naast hem kwam rijden om te beduiden, dat hel best iets langzamer mocht. „In die eerste ronde maakte hij een paar flinke fouten", aldus de ex-wereldkampioen. „Maar hij leerde bijzonder vlug; na die verkenningsronde ging er niets meer verkeerd". Bovendien behaalde Marti, die momenteel 1.65 meter groot is en slechts 46,5 kg weegt, van alle kandidaten de hoogste topsnelheid. Vanwege zijn leeftijd zal hij echter in 1979 nog niet in wedstrijden kunnen uitkomen. „Maar we houden hem in de gaten', aldus de Van Veen-ploeg. De snelste rondetijd kwam uiteraard op naam van de al ervaren Hans Spaan, maar iemand die eveneens een goede indruk achterliet, was Jos van Dongen, de 18-jarige zoon van veelvoudig Nederlands kampioen Cees. Jos had evenals Marti nog nooit in het zadel van een racer gezeten, maar uit de alsmaar beter wordende rondetijden bleek duidelijk dat hij het talent van zijn vader heeft geërfd. Slechts zijn lichaamsbouw die voor een 50 cc-coureur aan de forse kant is, weerhield Van Veen-mensen ervan, hem als kandidaat te kiezen.

Herhaalt de geschiedenis zich?

Het lijkt misschien vreemd om een coureur te kiezen uit een aantal jongens, waarvan de meesten nog geen enkele wegrace-ervaring hebben. Maar dat een dergelijke aanpak resultaten kan opleveren, is in het verleden wel gebleken. In 1964 besloot de Kreidlerfabriek te stoppen met racen. Twee fabrieksracers werden ter beschikking gesteld van de Nederlandse Kreidler-importeur Van Veen, en deze riep via een advertentie kandidaten op om de machines te berijden. De eisen die gesteld werden, waren een lengte van niet meer dan 1.65 m en een gewicht van maximaal 60 kg. De twee kandidaten die toentertijd werden uitgekozen. beschikten wel over grasbaan-ervaring, maar hadden geen van beiden ooit op een wegracer gezeten. Hun namen: Jan de Vries en Aalt Toersen. Het resultaat: Aalt Toersen moest in 1969 met één punt verschil de wereldtitel aan Angel Nieto laten; Jan de Vries werd in 1971 de eerste wereldkampioen in de geschiedenis van de Nederlandse motorsport en veroverde in 1973 opnieuw de wereldtitel. Zal de geschiedenis zich herhalen met Hans Spaan en Marti van Gaalen? De tijd zal het leren....





1979, Kreidler Van Veen GP-replica


Calimero-racer

Afbeelding

Wat het televisie-eendje Calimero in vredesnaam te maken heeft met een racemotor? Eigenlijk niks. Maar we moesten onwillekeurig aan hem denken na onze kennismaking met de Kreidler Van Veen GP-replica, de enige 50 cc produktieracer ter wereld. Hebt u enig idee, welke prestaties een 50 cc racemotor levert? Ja, er komt iets van 13 kW (18 pk) uit, vergezeld van een hoog jankend geluid. Maar we bedoelen: wat presteert zo'n fietsje op de weg? Met wat voor toermachine zou je dat kunnen vergelijken? Om het antwoord op die vraag te vinden, togen we onlangs samen met het Van Veen-team naar het circuit van Zolder. We waren als jurylid uitgenodigd om uit een aantal knapen een jonge, veelbelovende rijder te selekteren die door Van Veen zal worden gesteund en begeleid. En van die gelegenheid maakten we gebruik om zelf ook eens ons zitvlak neer te laten op het minuscule zitje van een "vijftigje".

Afbeelding

Zitproblemen

Uit hoofde van ons beroep (en meer nog uit hoofde van onze hobby) komen we regelmatig in aanraking met allerlei racemotoren. Maar gek genoeg was onze 50 cc-ervaring tot dusver beperkt gebleven tot éénmaal vijfhonderd meter rechtuit rijden. En dat was acht jaar geleden. Kortom, we wisten op geen stukken na, wat wel en niet kan met een 50 cc racer anno 1979. Wat er wél mee gedaan kan worden, weten we nog steeds niet. Eén ochtend op het circuit is nu eenmaal niet voldoende om de grenzen van het mogelijke vast te stellen. Maar wat je met een 50 cc fiets nIet kunt, dat weten we nu. Je kunt er namelijk niet op zitten. Het leek allemaal eenvoudig genoeg. Nadat de Kreidler was opgewarmd, kregen we hem uit handen van Nico Polane aangeboden met de gebruiksaanwijzing: "Z'n eerste versnelling is naar beneden, en verder merk je het vanzelf". We stapten over het machientje heen, vlijden ons neer op het ontzettend lage zadelt je, beenden weg en lieten de koppeling opkomen. De motor sprong onmiddellijk aan. Omdat-ie maar van een ander was (en omdat Jan de Vries had laten weten, dat de splinternieuwe machine waarschijnlijk tóch niet hoger dan 15.500 toeren zou willen draaien), lieten we bij het wegrijden met slippende koppeling het motortje flink gillen- En daarbij werden we al direkt aangenaam verrast door de pittige acceleratie, en onaangenaam verrast doordat we onze benen niet kwijt konden. Je kunt tenslotte niet het hele circuit rond toeren terwijl je tenen over de grond slepen. Dat staat erg slordig en het is ook lastig met schakelen.

Afbeelding

Ik hóór u al denken: "Waarom zet je je poten niet op de voetsteuntjes, man?". Nou, dat probeerden we. Maar die steuntjes zaten zo allemachtig hoog dat we onze voeten niet ver genoeg konden optrekken. Er zat niets anders op dan te stoppen en het probleem te overwegen. Eerst één voet op de steun, en dat met het andere been steppen om de machine te starten, dat leek een redelijke oplossing. Maar we zaten zó krampachtig opgevouwen en uit balans' dat we al bij de eerste de beste stepbeweging bijna omduvelden. We moesten eerst meer snelheid hebben om het gevaar van omvallen te voorkomen. Daarom werd de fiets weer aangebeend en accelereerden we met achterwaarts gestrekte benen totdat we vonden dat het moest kunnen. We namen de linkerhand van het stuur en plaatsten die op de tank, lieten ons zo ver mogelijk rechts uit het zadel zakken en hesen het linkerbeen op de voetsteun. De bedoeling was om vervolgens op dat linkerbeen te gaan staan zodat we de rechter voet op z'n plaats zouden kunnen zetten. Die poging tot opstaan, met slechts één hand aan het stuur en de linker nog op de tank, leek echter verdacht veel op een poging tot zelfmoord. Het superlichte machientje, dat op de minste gewichtsverplaatsing reageert, zwaaide prompt in de richting van de betonnen afzetting voor de pits. Er bleef maar één mogelijkheid over: iemand moest de fiets vasthouden totdat we plaats hadden genomen, en ons vervolgens een duwtje geven. U zult het niet geloven, maar ditmaal ging alles volgens plan; we reden. Onvoorstelbaar, dat zoiets stom-eenvoudigs als het van start gaan met een klein racertje zulke problemen kan opleveren. Als het een wedstrijd was geweest, hadden we al in de eerste ronde een ronde achterstand opgelopen...

Schakelen... maar vraag niet hoe

We reden dus, maar de prijs voor de mooiste rijstijl zouden we niet krijgen. Onze knieën, die niet achter het stroomlijntje pasten, staken aan de beide zijkanten uit als twee remparachutes en onze tenen wezen loodrecht naar
beneden, mijlenver verwijderd van schakelen rempedalen. Wat het rempedaal betrof, was dat geen probleem. De voorrem was best in staat om in z'n eentje voor de benodigde vertraging te zorgen. Maar het schakelen was andere koek. Het schakelpedaal bevond zich pakweg tien centimeter boven onze tenen, maar het was onmogelijk om het linkervoetje op te tillen. Onze knieën zaten al ongeveer naast onze oren en het dikke leer van onze veiligheidsoverall knelde in de dubbelgevouwen knieholten de bloedsomloop naar de onderbenen af, zodat die binnen de kortste tijd vrijwel gevoeiloos werden. Maar waar een wil is, is een weg. We vonden tóch een manier om te schakelen, al keken sommige coureurs héél verbaasd om: elke keer dat er van versnelling gewisseld moest worden (en dat is nogal vaak bij een racemotor), verhieven we ons achterwerk een tiental centimeters uit het zadel. Op de rechte stukken leverde dat een weinig elegante aanblik, maar ook weinig problemen op. Wanneer de toerenteller echter midden in een bocht liet weten dat het weer tijd was om te schakelen, werd het iets moeilijker

Afbeelding

Soepel karakter

Genoeg gepraat over de weinig succesvolle kombinatie Overmars/Kreidler-racer. De Van Veen GP-replica heeft ons niet alleen verrast door zijn zitpositie die duidelijk voor klein uitgevallen personen bedoeld is (al weten ook sommige lange coureurs zich op wonderbaarlijke wijze op te vouwen), maar tevens door zijn rijgedrag. We vertelden al dat we in het grijze verleden éénmaal op een 50 cc fiets hebben gezeten. Daarvan herinneren we ons twee dingen. Op de eerste plaats was de hele fiets groter, om niet te zeggen lomper, dan de Van Veen racer, wat het zitkomfort echter wel duidelijk ten goede kwam. En op de tweede plaats weten we nog dat het apparaat driemaal afsloeg tijdens onze pogingen om van start te gaan. Daarom namen we ons voor, bij het wegrijden met de Van Veen racer de koppeling uiterst zorgvuldig te bedienen, met één oog op de toerenteller en met het andere oog op de deskundigen in de pits, die onze verrichtingen argwanend stonden gade te slaan. Die zorgvuldigheid bleek echter volmaakt overbodig. De 50 cc racers zijn in de afgelopen acht jaar namelijk niet alleen veel sterker geworden, maar ook nog veel soepeler. Vanaf 10.000 t/min kan het gas worden opengedraaid zonder dat de motor zich verslikt. En tussen 11.000 en 15.500 toeren is er voldoende vermogen beschikbaar om te racen. De pittige krachtbron zorgt in kombinatie met het lage gewicht van de fiets (55 kg droog) vooreen onverwacht goede acceleratie; ongeveer op het niveau van een 500 cc straatmotor. En daar sta je als leek toch wel even van te kijken Ook de topsnelheid komt overeen met die van een halveliter-straatfiets, maar de stuureigenschappen zijn vanzelfsprekend volkomen afwijkend.

Afbeelding

Teveel van het goede

Met vijf liter benzine in de tank weegt de Van Veen racer 60 kg. In ons geval betekende dat, dat de berijder ruim 15 kg meer woog dan de machine. Geen wonder dus, dat de fiets razendsnel reageert op elke beweging van je lichaam. Bij het bochtenwerk bespeurden we aanvankelijk een neiging om "naar binnen te vallen". Maar nadat we enigszins gewend waren aan de gedragingen van de fiets, bleek het stuurgedrag volkomen neutraal, maar wel zeer licht te zijn. Met andere woorden: wanneer je gaat zitten sturen zoals je dat op een zwaardere machine gewend bent, doe je teveel van het goede. Vandaar dat we in het begin een paar keer bijna "aan de binnenkant de bocht uitvlogen", als u begrijpt wat wij bedoelen. De voor- en achtervering had geen problemen met het relatief hoge gewicht van de rijder en ook over de wegligging zult u ons geen verkeerd woord horen zeggen. Dat kan trouwens ook moeilijk, want een zitpositie waarbij je oren tussen je knieën zitten, is niet bepaald geschikt om een aanval te doen op het ronderecord. Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan en toen op een gegeven moment een Yamaha produktieracer langszij kwam, konden we het niet laten om de eerstvolgende bocht een tikkie vlotter te nemen en binnendoor langs de "grote" fiets te steken. De toerenteller gooide echter roet in het eten, want juist toen we dachten: "zo gaat-ie lekker", wees de naald 15.500 t/min aan en dat betekende: schakelen. En met welke problemen dat gepaard ging, weet u inmiddels.

Jaloers

U mag het wel weten: we waren doodgewoon jaloers toen we later in de pits stonden toe te kijken, hoe de jonge knulletjes van de Van Veen-selektiegroep moeiteloos rondjoegen op de GP-replica's, terwijl ze op en neer schakelden zonder hun achterwerk te bewegen. Om met Calimero te spreken: "Ik ben groot en zij zijn klein, maar het is niet eerlijk; O nee!"

Motor 1979


Afbeelding

Afbeelding

Gebruikersavatar
Maarten
Beheerder
Berichten: 9356
Lid geworden op: 01 sep 2002, 09:13
Locatie: Den Haag, Nederland
Gegeven waarderingen: 416 keren
Ontvangen waarderingen: 158 keren
Contacteer:

Re: Van Veen steunt jong talent

#3 Bericht door Maarten » 31 okt 2021, 19:41

Afbeelding



Afbeelding

Boven het zeer succesvolle Van Veen raceteam in 1969 met:
1. Aalt Toersen, 2. Johan Leferink, 3. Jan Smit en 4. Jan de Vries.

In 2015 hadden de heren een reünie in Zwolle en gingen ze op de foto in precies dezelfde volgorde en houding.
Zie de foto hieronder. Alleen de 69-er Kreidler racer is vervangen door een moderner exemplaar.

Afbeelding

Plaats reactie