Henk van Kessel - 15 seconden duurden een eeuwigheid! (1977)

Allerlei artikelen over Kreidler, vaak overgenomen uit oude tijdschriften.
Plaats reactie
Bericht
Auteur
Gebruikersavatar
Maarten
Beheerder
Berichten: 8807
Lid geworden op: 01 sep 2002, 09:13
Locatie: Den Haag, Nederland
Has thanked: 237 times
Been thanked: 226 times
Contacteer:

Henk van Kessel - 15 seconden duurden een eeuwigheid! (1977)

#1 Bericht door Maarten » 09 feb 2019, 10:07

Henk van Kessel - 15 seconden duurden een eeuwigheid! (1977)


Bron: Moto 73, 16-09-1977, no. 19
Auteur: Frits Overmars

Scan: Peter G



Afbeelding



Wereldsnelheidsrecordhouder Henk van Kessel: 15 seconden duurden een eeuwigheid!

Ze hebben het gehaald! Henk van Kessel en Piet Plompen hebben het wereldsnelheidsrecord voor 50 cc machines naar Nederland gehaald. Het record dat in 1965 door een uitgebreid Kreidler fabrieksteam werd gevestigd op de Zoutvlakte in Utah, werd op maandag 5 en dinsdag 6 september door een klein groepje Nederlandse enthousiasten op de autoweg Apeldoorn-Zwolle overtuigend gebroken.
De voorgeschiedenis is bekend; Piet Plompen, de man achter het NGK racing-team, nam zijn besluit terwijl hij in een ziekenhuisbed lag te herstellen van een hartaanval. Piet was er van overtuigd dat hij met zijn kennis van de hedendaagse racemotoren het Kreidler-record zou kunnen verbeteren. En daarom begon hij te bouwen. Het 50 cc krachtbronnetje nam hij persoonlijk onder handen, terwijl bij het ontwerp van de uitermate belangrijke stroomlijn werd uitgegaan van het advies van enige luchtvaart-technici. Het record-team, dat bestond uit Plompen en zijn assistenten Leo de Ridder en André de Greve, werd in een later stadium uitgebreid met ex-wereld-kampioen Henk van Kessel, en op maandag 5 september werd de aanval op het bestaande record geopend.
Alles zag er rooskleurig uit. De proefritten op een klein vliegveldje in De Peel waren veelbelovend verlopen; Rijkswaterstaat had in de vorm van de nog niet in gebruik genomen autoweg Apeldoorn-Zwolle een fraaie baan beschikbaar gesteld en de weersvooruitzichten waren gunstig.
Maandagmorgen 5 september om 7 uur zou de aanval worden ingezet. Maar al dadelijk kwam de eerste tegenslag. De tijdwaarnemings-apparatuur, die bij het TNO in Delft uitgebreid was getest, bleek niet te werken. Toen de fout eindelijk was verholpen, was de windsnelheid gestegen tot ver boven de maximaal toegestane drie meter per seconde. Een hele dag werd doorgebracht met wachten en angstvallig turen naar de windsnelheidsmeter. Pas tegen de avond werden de omstandig-heden iets gunstiger, al was het nog verre van windstil. Henk van Kessel maakte enige proefritten, maar de machine zwaaide beangstigend van links naar rechts over de baan.

Wereldrecord „per ongeluk"

Henk vertelt: „We hadden eerst een proefrit gemaakt met de kap open, en daarbij werd over de kilometer met vliegende start een snelheid gemeten van 200,01 km/u. We hebben toen tegen elkaar gezegd: „We proberen het nog één keer tegen de wind in met de kap dicht, en dan gaan we naar huis".
Toen kwamen we aan 213,4 km/u. Ik dacht toen: Potverdorie! Als Ik tegen de wind in al 213 kan halen, ga ik van de wind af gegarandeerd harder en dan is het record van 210 km/uur gegarandeerd gebroken. Ik heb toen gezegd: „Jongens we tanken 'm weer vol en ik probeer het nóg eens. En die tweede run resulteerde in een snelheid van 220,8 km/uur. Nou, toen hadden we het record verbroken; ons gemiddelde over twee richtingen was 217 km/u! Maar.... de AVRO die de televisierechten van de recordpoging had verworven, was helemaal niet gelukkig. Piet Plompen had namelijk gezegd: „Jongens, we stoppen er mee voor vandaag. Ga maar naar huis". Piet werd namelijk ook volkomen verrast door die tweede run, die ik op eigen initiatief had ondernomen. Het record was dus wel gebroken, maar de cameralui hadden het gemist. Er is toen het één en ander gepraat en tenslotte werd besloten, dat we de volgende dag door zouden gaan. We hadden nu wel het officiële record in twee richtingen, maar onze hoogste snelheid van 220 km/uur lag nog onder de 225 km/uur die Kreidler in één richting had bereikt. We wilden niet alleen het record, maar ook die absolute topsnelheid. En daarom gingen we dinsdags verder. 's Morgens om half negen vertrok ik voor mijn eerste run tegen de wind in. Je kunt namelijk wel direct van de wind áf gaan, maar dan bestaat de kans dat je ál te optimistisch wordt. Dus ik tegen de wind in. De gemeten snelheid bedroeg 214,6 km/u. En bij de tweede run, een kwartier later, noteerden we 228,5 km/uur. Toen zei Piet: „Nu hebben we álles bereikt; een gemiddelde van 221,586 en een absolute snelheid van 228,5 km/uur. Nu stoppen we er mee".


Voorbereidingen

Aan deze geslaagde recordpoging zijn vanzelfsprekend maandenlange voorbereidingen voor-afgegaan. Op het vliegveld De Peel werd geëxperimenteerd met diverse brandstoffen, hetgeen in de praktijk weinig verschil bleek te maken. De invloed van de stroomlijn was echter des te groter. „lk reed eerst met de kale machine", aldus Henk van Kessel. „Daarmee kon ik juist tot in de vierde versnelling aan het toptoerental komen. Montage van de neus gaf al een hele verbetering; ik kwam er een versnelling hoger mee. Maar de montage van het staartstuk had een ongelooflijk groot effect. Ik kon voluit in de zesde versnelling en we konden zelfs nog twee tanden sneller gearen! We weten ongeveer welke luchtweerstand de stroom-lijn heeft en daaruit concluderen we dat, om een snelheid van 220 km/u. te kunnen halen, het motorblokje rond de 20, 21 pk moet hebben. Piet heeft het blok helemaal zelf klaargemaakt, zonder hulp van Van Veen of de fabriek, en ik heb op motorisch gebied met hem samengewerkt. We hebben nu wel het record, maar we zijn ervan overtuigd dat het nog harder kan. Wanneer we een langere aanloop zouden nemen, en we hebben ideale weersomstandigheden, komt de top-snelheid volgens mij wel tegen de 240 km/uur te liggen, en het gemiddelde bij 230. Maar het is voorlopig mooi geweest. Piet vindt dat ook. ,,We wachten nu eerst af, wie de volgende poging gaat ondernemen", zegt hij.

15 lange seconden

„Weet je wat zo frappant is? Dat je nog zo lang doet over die kilometer. Je zit opgesloten in een hele kleine ruimte en alles passeert zo verschrikkelijk snel, dat je verwacht dat je in een oogwenk aan het eind bent. Maar ik zag telkens de witte streep op de weg, waar de kilometer begon, en dan vond ik het geweldig lang duren voordat ik aan het andere eind was. 15 seconden was ik onderweg; ik heb na afloop thuis op de klok zitten kijken, hoe lang 15 seconden toch nog duurt. Een hele tijd. Dat gevoel om in zo'n sigaar te liggen? Ik weet niet hoe ik dat onder woorden moet brengen. Je moet het hebben meegemaakt. De snelheid op zich is niet zo apart; maar je zit zo helemaal ingekapseld in zo'n ding. Je hebt aan alle kanten een ruimte van anderhalf, twee centimeter. Je kunt je niet bewegen. Als je zijwind hebt, zwaai je de hele weg over. Ze hebben me gevraagd: „Je kunt toch wel tegensturen als je opzij gaat?" Vergeet dat maar. Als je in zo'n ding ligt zonder dat je je kunt bewegen, heb je helemaal niets in te brengen. Als er bij wijze van spreken één enkele windstoot van tien of twaalf meter per seconde was geweest, had ik gewoon naast de baan gelegen. Eerlijk gezegd realiseer ik me dat nu pas. Daarom zeg ik ook, achteraf bekeken: „Als ik het nóg eens zou moeten doen, met die wind, had ik het niet gedaan!"

Plaats reactie